Om als organisatie duurzaam succesvol te zijn ontstaat steeds meer behoefte aan het ontwikkelen van een wendbare organisatie. Dit betekent veel voor het soort leiderschap dat hiervoor nodig is. En dat zit vooral in het gedrag. Wellicht een aantal open deuren, maar o zo moeilijk om zelf (blijvend) na te leven. De 4 tips:

1. Durf jezelf kwetsbaar op te stellen

Ga actief feedback over jouw gedrag halen bij je collega’s. Doe dit in een gesprek. Als je feedback ontvangt, bedank de ander voor zijn / haar openheid. Vraag door als je het niet herkent door open vragen te stellen. Doe er je voordeel mee.

2. Maak fouten en leer ervan

Maak fouten, bij voorkeur groots en meeslepend, en leer van je gemaakte fouten. Erken dat je een fout hebt gemaakt en durf je gemaakte fout te bespreken. Beloon fouten en zorg dat ze worden gedeeld zodat anderen ook kunnen leren. Laat iedereen periodiek zijn of haar meest recent gemaakte fout vertellen. Begin daar zelf als eerste mee.

Vaak zijn we bang om fouten te maken. Onthoud dat wanneer je anderen of jezelf behoedt voor het maken van fouten, je de mogelijkheid verliest om te leren en te ontwikkelen.

3. Toon en beloon leiderschap

Leiderschap heeft veel te maken met het hebben van vertrouwen in jezelf (zelfvertrouwen) en vertrouwen hebben in de ander. Door vertrouwen te geven aan de ander, creëer je een veilige omgeving. Ga uit van de grondgedachte dat ieder mens in de basis een positieve intentie heeft.

Verdien vertrouwen door transparant te zijn in wat je doet, betrek anderen bij waarom je bepaalde dingen doet en durf de controle los te laten.

Geef een compliment aan iemand die het lef heeft getoond om een besluit te nemen. Ongeacht de uitkomst, want wellicht schort het aan de meegegeven kaders. Ga vervolgens het gesprek aan wat anders had gekund om een nog beter resultaat te halen.

4. Luister zonder oordeel

Focus in een gesprek op wat de ander zegt. Laat je automatisme los om je eigen mening of advies hierover te geven. Als je merkt dat je toch in gedachten een oordeel aan het formuleren bent, breng je aandacht dan weer terug naar de ander. Stel een open vraag of benoem dat je even afgeleid was en ga verder met het gesprek.